Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fichar
01
klokken, registreren
registrar la entrada o salida del trabajo mediante un sistema de control horario
Voorbeelden
Hay que fichar al entrar en la oficina.
Je moet klokken bij het binnenkomen van het kantoor.
02
registreren
registrar a una persona en un sistema policial tras su detención
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
ficho
3e persoon enkelvoud
ficha
onvoltooid deelwoord
fichando
onvoltooid verleden tijd
fichó
voltooid deelwoord
fichado
Voorbeelden
La policía lo fichó después del arresto.
De politie registreerde hem na de arrestatie.



























