Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
establecer
01
vestigen, oprichten
crear o fundar algo, como una institución, norma o relación
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
establezco
3e persoon enkelvoud
establece
onvoltooid deelwoord
estableciendo
onvoltooid verleden tijd
estableció
voltooid deelwoord
establecido
Voorbeelden
El banco estableció sucursales en varias ciudades.
De bank vestigde filialen in verschillende steden.
02
zich vestigen, zich settelen
asentarse o fijar residencia en un lugar
Voorbeelden
Se establecieron en el campo tras vender la ciudad.
Ze vestigden zich op het platteland na de stad te hebben verkocht.



























