Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
deslumbrar
01
verblinden
causar gran admiración o asombro en alguien
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
deslumbro
3e persoon enkelvoud
deslumbra
onvoltooid deelwoord
deslumbrando
onvoltooid verleden tijd
deslumbró
voltooid deelwoord
deslumbrado
Voorbeelden
El discurso del orador deslumbró al público.
De toespraak van de spreker verblufte het publiek.
02
verblinden, blenden
causar que alguien no pueda ver temporalmente por la intensidad de la luz
Voorbeelden
La nieve deslumbraba por su brillo intenso.
De sneeuw verblindde door zijn intense glans.



























