Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
cumplir
01
uitvoeren, vervullen
llevar a cabo lo prometido u ordenado
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
cumplo
3e persoon enkelvoud
cumple
onvoltooid deelwoord
cumpliendo
onvoltooid verleden tijd
cumplió
voltooid deelwoord
cumplido
Voorbeelden
Cumplimos el plan sin problemas.
Wij hebben het plan uitgevoerd zonder problemen.
02
bereiken, vieren
alcanzar una cantidad de años en la vida
Voorbeelden
El niño cumplió cinco años ayer.
Het kind werd gisteren vijf jaar.
03
gehoorzamen, naleven
respetar una norma, ley u orden
Voorbeelden
Cumplimos con las normas de seguridad.
We houden ons aan de veiligheidsvoorschriften.
04
uitzitten
pasar un tiempo en prisión como condena impuesta por un tribunal
Voorbeelden
Cumplió su condena por completo y fue liberado.
Hij heeft zijn straf volledig uitgezeten en werd vrijgelaten.



























