Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
cojear
01
mank lopen, hinken
caminar de manera desigual o dificultosa, generalmente por dolor o lesión en una pierna
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
cojeo
3e persoon enkelvoud
cojea
onvoltooid deelwoord
cojeando
onvoltooid verleden tijd
cojeó
voltooid deelwoord
cojeado
Voorbeelden
Marta cojeaba mientras subía las escaleras.
Marta hinkte terwijl ze de trap opging.



























