Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
moeilijkheid, benardheid
situación de problema, carencia o inconveniente
Voorbeelden
El estudiante tuvo apuros para terminar la tarea a tiempo.
De student had apuro om het huiswerk op tijd af te maken.
02
verlegenheid, gêne
situación que provoca vergüenza o incomodidad
Voorbeelden
Se pasó un apuro cuando se cayó en público.
Hij maakte een gênante situatie mee toen hij in het openbaar viel.
03
benarde situatie, moeilijkheid
situación complicada o urgente que requiere resolución rápida
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
apuros
Voorbeelden
No quiero que te metas en apuros innecesarios.
Ik wil niet dat je in onnodige problemen terechtkomt.



























