Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
abatir
01
neerschieten
derribar algo disparando
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
abato
3e persoon enkelvoud
abate
onvoltooid deelwoord
abatando
onvoltooid verleden tijd
abatió
voltooid deelwoord
abatido
Voorbeelden
Abatieron varias aves durante la cacería.
Neerschieten van verschillende vogels tijdens de jacht.
02
sloppen, vernietigen
derribar o destruir una estructura u objeto
Voorbeelden
La máquina abatió la pared de la casa.
De machine sloopte de muur van het huis.
03
verslaan
vencer o derribar a alguien en combate o competencia
Voorbeelden
Abatieron al oponente con una jugada estratégica.
Ze velden de tegenstander met een strategische zet.
04
neerstorten, neerduiken
descender de manera rápida o perder ánimo
Voorbeelden
Las gaviotas se abatieron sobre los pescados en el muelle.
De meeuwen stormden op de vissen op de pier af.
05
ontmoedigd raken, de moed verliezen
sentirse desanimado, triste o sin ánimo ante una situación difícil
Voorbeelden
Ella se abatió después de la discusión con su amigo.
Ze was neerslachtig na de discussie met haar vriend.



























