visitar
Pronunciation
/bˌisitˈaɾ/

Definitie en betekenis van "visitar"in het Spaans

visitar
01

bezoeken

ir a un lugar para verlo
visitar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
visito
3e persoon enkelvoud
visita
onvoltooid deelwoord
visitando
onvoltooid verleden tijd
visité
voltooid deelwoord
visitado
Voorbeelden
Quiero visitar España este verano.
02

bezoeken

ir a ver a alguien
visitar definition and meaning
Voorbeelden
Vamos a visitar a nuestro profesor después de clase.
We gaan onze leraar na de les bezoeken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store