visitar
vi
bi
bi
si
si
si
tar
tar
tar
emigrarcalamaracertarenfocar

Definitie en betekenis van "visitar"in het Spaans

visitar
01

bezoeken

ir a un lugar para verlo 
visitar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
visito
3e persoon enkelvoud
visita
onvoltooid deelwoord
visitando
onvoltooid verleden tijd
visité
voltooid deelwoord
visitado
Voorbeelden
Mañana visitamos el museo. 
02

bezoeken

ir a ver a alguien 
visitar definition and meaning
Voorbeelden
Voy a visitar a mis abuelos este fin de semana. 

Ik ga dit weekend mijn grootouders bezoeken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store