Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
asistir
[past form: asistí][present form: asisto]
01
bijwonen, aanwezig zijn
estar presente en un lugar o evento
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
asisto
3e persoon enkelvoud
asiste
onvoltooid deelwoord
asistiendo
onvoltooid verleden tijd
asistí
voltooid deelwoord
asistido
Voorbeelden
Muchos estudiantes asistieron a la clase hoy.
Veel studenten woonden vandaag de les bij.



























