marcar
Pronunciation
/maɾkˈaɾ/

Definitie en betekenis van "marcar"in het Spaans

marcar
[past form: marqué][present form: marco]
01

kiezen

hacer una llamada telefónica al pulsar los números
marcar definition and meaning
Voorbeelden
No puedo marcar porque el teléfono está roto.
Ik kan niet kiezen omdat de telefoon kapot is.
02

markeren, aanduiden

señalar o hacer una marca para distinguir o identificar algo
marcar definition and meaning
Voorbeelden
El profesor marcó los errores en el examen.
De leraar heeft de fouten in het examen gemarkeerd.
03

scoren

obtener puntos en un juego o competición
marcar definition and meaning
Voorbeelden
Ella marcó el primer tanto del encuentro.
Zij heeft het eerste doelpunt van de wedstrijd gemaakt.
04

aangeven, markeren

señalar, apuntar o dejar claro algo mediante un signo, acción o señal
Voorbeelden
El color en el mapa marca las zonas afectadas.
De kleur op de kaart markeert de getroffen gebieden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store