Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
marchar
[past form: me marché][present form: me marcho]
01
vertrekken, weggaan
irse de un lugar
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
marcho
3e persoon enkelvoud
marcha
onvoltooid deelwoord
marchando
onvoltooid verleden tijd
me marché
voltooid deelwoord
marchado
Voorbeelden
No quiero marcharme todavía.
Ik wil nog niet weggaan.



























