marchar
mar
maɾ
mar
char
ˈʧaɾ
char
macharmarcarmanchar

Definitie en betekenis van "marchar"in het Spaans

marchar
01

vertrekken, weggaan

irse de un lugar 
marchar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
marcho
3e persoon enkelvoud
marcha
onvoltooid deelwoord
marchando
onvoltooid verleden tijd
me marché
voltooid deelwoord
marchado
Voorbeelden
Me voy a marcharme temprano hoy. 

Ik ga vandaag vroeg vertrekken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store