Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
marchar
01
vertrekken, weggaan
irse de un lugar
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
marcho
3e persoon enkelvoud
marcha
onvoltooid deelwoord
marchando
onvoltooid verleden tijd
me marché
voltooid deelwoord
marchado
Voorbeelden
Me voy a marcharme temprano hoy.
Ik ga vandaag vroeg vertrekken.
02
participar en una manifestación desplazándose en grupo para expresar una protesta o apoyar una causa
Voorbeelden
Miles de personas marcharon contra la nueva ley.
LanGeek



























