Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
oír
[past form: oí][present form: oigo]
01
horen
percibir sonidos con los oídos
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
oigo
3e persoon enkelvoud
oye
onvoltooid deelwoord
oyendo
onvoltooid verleden tijd
oí
voltooid deelwoord
oído
Voorbeelden
Oí un ruido extraño anoche.
Hoorde gisteravond een vreemd geluid.



























