aplicar
Pronunciation
/ˌaplikˈaɾ/

Definitie en betekenis van "aplicar"in het Spaans

aplicar
01

aanbrengen, insmeren

poner una sustancia sobre una superficie, especialmente la piel
aplicar definition and meaning
Voorbeelden
¿ Dónde debo aplicar esta loción?
Waar moet ik deze lotion aanbrengen ?
02

toepassen

poner algo en uso o funcionamiento para un fin determinado
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
aplico
3e persoon enkelvoud
aplica
onvoltooid deelwoord
aplicando
onvoltooid verleden tijd
apliqué
voltooid deelwoord
aplicado
Voorbeelden
Ella aplicó su experiencia para resolver el problema.
Ze paste haar ervaring toe om het probleem op te lossen.
03

zich toeleggen, zich wijden

dedicar esfuerzo y atención a una tarea o actividad para mejorar o tener éxito
Voorbeelden
Se aplica en la práctica del piano cada tarde.
Ze past zich toe op de pianopraktijk elke middag.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store