picar
Pronunciation
/pikˈaɾ/

Definitie en betekenis van "picar"in het Spaans

01

snoepen

comer pequeñas cantidades de comida entre comidas o poco a poco
picar definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
pico
3e persoon enkelvoud
pica
onvoltooid deelwoord
picando
onvoltooid verleden tijd
piqué
voltooid deelwoord
picado
Voorbeelden
Ella suele picar mientras trabaja.
Ze snoept meestal tijdens het werken.
02

hakken, in kleine stukjes snijden

cortar alimentos en trozos muy pequeños
picar definition and meaning
Voorbeelden
Necesitamos picar el perejil fresco.
We moeten de verse peterselie hakken.
03

jeuken, kriebelen

producir una sensación de picazón en la piel que provoca rascarse
picar definition and meaning
Voorbeelden
La crema calmante ayuda cuando me pica la piel.
De kalmerende crème helpt wanneer mijn huid jeukt.
04

steken

causar una picadura o pinchazo doloroso, especialmente por un insecto
picar definition and meaning
Voorbeelden
La medusa picó a varios bañistas en la playa.
De kwal stak verschillende zwemmers op het strand.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store