Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
importar
01
belangrijk zijn, van belang zijn
tener valor o importancia; ser significativo para alguien o algo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
importo
3e persoon enkelvoud
importa
onvoltooid deelwoord
importando
onvoltooid verleden tijd
importé
voltooid deelwoord
importado
Voorbeelden
A los niños les importa jugar y divertirse.
Voor kinderen belangrijk is spelen en plezier maken.
02
importeren, invoeren
traer productos, bienes o mercancías de otro país para venderlos o usarlos
Voorbeelden
Este país importa petróleo de varios lugares.
Dit land importeert olie uit verschillende plaatsen.



























