Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
empezar
[past form: empecé][present form: empiezo]
01
beginnen, starten
iniciar o dar comienzo a una acción, evento o periodo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
empiezo
3e persoon enkelvoud
empieza
onvoltooid deelwoord
empezando
onvoltooid verleden tijd
empecé
voltooid deelwoord
empezado
Voorbeelden
Es importante empezar el proyecto cuanto antes.
Het is belangrijk om het project zo snel mogelijk te beginnen.
02
beginnen
comenzar a hacer una cosa o a ocurrir algo
Voorbeelden
Cuando empiece el verano, iremos a la playa.
Wanneer de zomer begint, gaan we naar het strand.
03
zijn oorsprong hebben, ontspringen
tener su origen o causa en algo
Voorbeelden
El río empieza en las montañas.
De rivier begint in de bergen.



























