ir
Pronunciation
/ˈiɾ/

Definitie en betekenis van "ir"in het Spaans

ir
[past form: fui][present form: voy]
01

gaan

moverse de un lugar a otro
ir definition and meaning
example
Voorbeelden
Nosotros vamos de viaje a México.
Wij gaan op reis naar Mexico.
02

vertrekken

salir de un lugar y alejarse de él
ir definition and meaning
example
Voorbeelden
¿ Te vas ahora o después?
Gaat u nu of later ?
03

gaan

desplazarse a un lugar para visitarlo o permanecer temporalmente
example
Voorbeelden
Mis padres fueron a España el año pasado.
Mijn ouders zijn vorig jaar naar Spanje gegaan.
04

gaan

expresar una acción futura o intención próxima usando el verbo "ir" seguido de un infinitivo
example
Voorbeelden
Vamos a comprar una casa nueva.
We gaan een nieuw huis kopen.
05

zich verwijderen door te rijden, wegrijden

alejarse conduciendo un vehículo
example
Voorbeelden
El taxi se fue antes de que yo pudiera decirle nada.
De taxi reed weg voordat ik iets kon zeggen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store