jail
jail
ʤeɪl
jeil
/d‌ʒˈe‌ɪl/
gaol

Definitie en betekenis van "jail"in het Engels

01

gevangenis, bajes

a place where criminals are put into by law as a form of punishment for their crimes
jail definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
jails
Voorbeelden
He spent the night in jail before his court hearing the next day.
Hij bracht de nacht door in de gevangenis voor zijn rechtszitting de volgende dag.
to jail
01

gevangenzetten, opsluiten

to put someone in a designated facility either as punishment or while waiting for legal proceedings
Transitive: to jail sb
to jail definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
jail
3e persoon enkelvoud
jails
onvoltooid deelwoord
jailing
onvoltooid verleden tijd
jailed
voltooid deelwoord
jailed
Voorbeelden
Authorities have the power to jail those who violate parole or probation conditions.
Autoriteiten hebben de bevoegdheid om degenen die de voorwaarden van voorwaardelijke vrijlating of proeftijd schenden, gevangen te zetten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store