Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
immaculate
01
vlekkeloos, onberispelijk
free from any stain or dirt
Voorbeelden
The hotel room was immaculate, with fresh linens and no sign of previous occupants.
De hotelkamer was vlekkeloos, met fris linnengoed en geen teken van vorige bewoners.
02
vlekkeloos, foutloos
free from errors, mistakes, or faults
Voorbeelden
His immaculate appearance made him stand out at the event.
Zijn vlekkeloze uiterlijk liet hem opvallen tijdens het evenement.
03
vlekkeloos, zuiver
morally pure or without sin
Lexicale Boom
immaculately
immaculateness
immaculate
maculate



























