Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to imitate
01
imiteren, kopiëren
to copy someone's behavior or appearance accurately
Transitive: to imitate a behavior or mannerism
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
imitate
3e persoon enkelvoud
imitates
onvoltooid deelwoord
imitating
onvoltooid verleden tijd
imitated
voltooid deelwoord
imitated
Voorbeelden
Children often imitate their parents' mannerisms and speech patterns.
Kinderen imiteren vaak de maniertjes en spreekpatronen van hun ouders.
02
imiteren, nabootsen
to look or act in a way that is similar to something or someone else
Transitive: to imitate sth
Voorbeelden
The cake's frosting was designed to imitate marble with its swirling gray patterns.
De glazuur van de taart was ontworpen om marmer te imiteren met zijn wervelende grijze patronen.
03
imiteren, kopiëren
to copy or mimic the style, technique, or subject matter of another artist or artwork
Transitive: to imitate an artistic technique or style
Voorbeelden
The student imitated the brushstrokes of Van Gogh to learn his painting technique.
De student imiteerde de penseelstreken van Van Gogh om zijn schildertechniek te leren.
Lexicale Boom
imitation
imitative
imitator
imitate
imit



























