Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to apprehend
01
arresteren, aanhouden
to arrest someone
Transitive: to apprehend sb
Voorbeelden
The decision to apprehend the suspect was made after careful surveillance and analysis.
Het besluit om de verdachte te arresteren werd genomen na zorgvuldige surveillance en analyse.
02
begrijpen, vatten
to mentally grasp or understand
Transitive: to apprehend a concept
Voorbeelden
After numerous explanations, the students finally apprehended the historical context of the events.
Na talloze uitleg hebben de studenten eindelijk de historische context van de gebeurtenissen begrepen.
03
vrezen, bang zijn
to expect something unpleasant or frightening to happen
Transitive: to apprehend an upcoming event
Voorbeelden
The villagers apprehended the coming storm, preparing for the worst.
De dorpsbewoners voorvoelden de naderende storm en bereidden zich voor op het ergste.
Lexicale Boom
apprehended
apprehender
misapprehend
apprehend



























