apparel
a
ə
ē
ppa
ˈpæ
rel
rəl
rēl
/əˈpærəl/

Definitie en betekenis van "apparel"in het Engels

01

kleding, kledij

clothes, used particularly when being sold
apparel definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
Voorbeelden
The company specialized in athletic apparel, catering to fitness enthusiasts.
Het bedrijf was gespecialiseerd in sportkleding, gericht op fitnessliefhebbers.
to apparel
01

kleden, voorzien van kleding

to dress someone, or to supply with clothing
to apparel definition and meaning
Old use
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
apparel
3e persoon enkelvoud
apparels
onvoltooid deelwoord
appareling
onvoltooid verleden tijd
appareled
voltooid deelwoord
appareled
Voorbeelden
She appareled her children before school.
Ze kleedde haar kinderen aan voor school.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store