herald
he
ˈhɛ
he
rald
rəld
rēld
/hˈɛɹə‍ld/

Definitie en betekenis van "herald"in het Engels

01

heraut, boodschapper

a person or thing that announces or signals an important or significant event, development, or message
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
heralds
Voorbeelden
The town ’s herald proclaimed the new laws to the citizens.
De heraut van de stad kondigde de nieuwe wetten aan de burgers aan.
02

voorbode, aankondiger

something that precedes and indicates the approach of something or someone
to herald
01

aankondigen, verkondigen

to announce or signal the coming of something, often with a sense of importance or significance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
herald
3e persoon enkelvoud
heralds
onvoltooid deelwoord
heralding
onvoltooid verleden tijd
heralded
voltooid deelwoord
heralded
Voorbeelden
The ringing of church bells traditionally heralds the start of a wedding ceremony.
Het luiden van de kerkklokken kondigt traditioneel het begin van een huwelijksceremonie aan.
02

prijzen, loven

praise vociferously
03

enthousiast begroeten, blij verwelkomen

greet enthusiastically or joyfully
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store