haw
Pronunciation
/ˈhɔ/

Definitie en betekenis van "haw"in het Engels

01

het knipvlies van het paard, het derde ooglid van het paard

the nictitating membrane of a horse
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
haws
to haw
01

'haw' zeggen, 'haw' uitspreken

utter `haw'
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
haw
3e persoon enkelvoud
haws
onvoltooid deelwoord
hawing
onvoltooid verleden tijd
hawed
voltooid deelwoord
hawed
01

hott, links

used in driving or guiding draft animals, such as horses or oxen, to turn to the left
Voorbeelden
Haw, there! We need to take the left fork in the road.
Haw, daar! We moeten de linker vork in de weg nemen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store