halve
halve
hæv
hāv
/hˈɑːv/

Definitie en betekenis van "halve"in het Engels

to halve
01

halveren, in twee gelijke delen verdelen

to divide something into two equal or nearly equal parts
Transitive: to halve sth
to halve definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
halve
3e persoon enkelvoud
halves
onvoltooid deelwoord
halving
onvoltooid verleden tijd
halved
voltooid deelwoord
halved
Voorbeelden
The teacher asked the students to halve the apples for a classroom activity.
De leraar vroeg de leerlingen om de appels te halveren voor een klasactiviteit.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store