Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
plakkerig, gelachtig
having a sticky quality, often resembling a gel-like texture
Voorbeelden
The new glue was too gummy, making it difficult to spread evenly.
De nieuwe lijm was te plakkerig, waardoor het moeilijk was om het gelijkmatig te verdelen.
02
tandeloos, zonder zichtbare tanden
lacking teeth or having no visible teeth
Voorbeelden
The old man 's gummy grin showed his age and wisdom.
De tandeloze grijns van de oude man liet zijn leeftijd en wijsheid zien.
01
gummy, kauwsnoepje
a type of candy that is chewy and often flavored, typically made from gelatin
Voorbeelden
He enjoyed snacking on gummy during the movie.
Hij genoot ervan om tijdens de film op gummybeertjes te knabbelen.
02
cannabis-gummy, kauwgomachtige cannabis-snoep
a chewy, candy-like edible infused with cannabis
Voorbeelden
That gummy was way stronger than I expected.
Die gummy was veel sterker dan ik had verwacht.
Lexicale Boom
gumminess
gummy
gum



























