Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to give out
[phrase form: give]
01
uitdelen, verdelen
to distribute something among a group of individuals
Transitive: to give out sth to sb
Voorbeelden
The coach gives out uniforms to the sports team before the big game.
De coach deelt de uniformen uit aan het sportteam voor de grote wedstrijd.
02
ophouden met werken, het begeven
to stop working or functioning
Intransitive
Voorbeelden
The flashlight gave out because its batteries were drained.
De zaklamp ging uit omdat de batterijen leeg waren.
03
uitstralen, afgeven
to release or discharge light, heat, vapor, or other forms of energy or substances
Transitive: to give out energy or substances
Voorbeelden
The flower garden gives out a sweet fragrance in the spring.
De bloementuin verspreidt een zoete geur in de lente.
04
opraken, tekortkomen
to run out or not have enough for a specific need or demand
Intransitive
Voorbeelden
The patience of the audience gave out after hours of waiting for the delayed performance.
Het geduld van het publiek raakte op na uren wachten op de vertraagde voorstelling.
05
aankondigen, verspreiden
to make an announcement or convey information to a group of people, often with the intention of publicizing or disseminating the information more widely
Transitive: to give out information
Voorbeelden
She gave out the exciting event details to all her social media followers.
Ze deelde de spannende evenementendetails met al haar volgers op sociale media.



























