founder
foun
ˈfaʊn
fawn
der
dɜr
dēr
British pronunciation
/fˈa‍ʊndɐ/

Definitie en betekenis van "founder"in het Engels

01

oprichter, stichter

someone who starts or creates something like a company or organization
example
Voorbeelden
The museum honored the founder with a special exhibit.
Het museum eerde de oprichter met een speciale tentoonstelling.
02

hoefbevangenheid, laminitis

a serious hoof condition that can cause lameness or even permanent damage
example
Voorbeelden
The vet treated the mare for founder with anti-inflammatory medication.
De dierenarts behandelde de merrie voor hoefbevangenheid met ontstekingsremmende medicatie.
03

gieter, vormer

a worker who casts molten metal into molds to create objects
example
Voorbeelden
He trained as a founder in the local steelworks.
Hij werd opgeleid als gieter in de lokale staalfabriek.
to founder
01

mislukken, instorten

to experience total failure or collapse, especially for a plan, business, or project
Intransitive
example
Voorbeelden
Negotiations foundered when neither side would compromise.
De onderhandelingen mislukten toen geen van beide partijen wilde toegeven.
02

instorten, mislukken

to stop functioning properly or fall apart physically, emotionally, or structurally
Intransitive
example
Voorbeelden
The team 's morale foundered following their fourth consecutive loss.
Het moreel van het team stortte in na hun vierde opeenvolgende nederlaag.
03

zinken, ten onder gaan

to go under water, usually describing ships, boats, or heavy objects
Intransitive
example
Voorbeelden
The raft foundered when one of its air chambers burst.
Het vlot zonk toen een van zijn luchtkamers barstte.
04

struikelen, wankelen

to lose balance and falter while walking or moving
Intransitive
example
Voorbeelden
He foundered on the icy pavement but avoided a hard fall.
Hij struikelde op de ijzige stoep maar vermeed een harde val.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store