Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to flog
01
geselen, afranselen
to beat someone harshly using a rod or whip
Transitive: to flog sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
flog
3e persoon enkelvoud
flogs
onvoltooid deelwoord
flogging
onvoltooid verleden tijd
flogged
voltooid deelwoord
flogged
Voorbeelden
The cruel overseer threatened to flog the disobedient slaves.
De wrede opzichter dreigde de ongehoorzame slaven te geselen.
Lexicale Boom
flogger
flogging
flog



























