to falsify
Pronunciation
/ˈfɔɫsəˌfaɪ/

Definitie en betekenis van "falsify"in het Engels

to falsify
01

vervalsen, weerleggen

to prove a statement or theory to be false or incorrect
Transitive: to falsify a statement or theory
to falsify definition and meaning
Voorbeelden
The journalist uncovered attempts to falsify the news story.
De journalist onthulde pogingen om het nieuwsverhaal te vervalsen.
02

vervalsen, verdraaien

to present something in a way that is untrue or misleading
Transitive: to falsify an account or story
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
falsify
3e persoon enkelvoud
falsifies
onvoltooid deelwoord
falsifying
onvoltooid verleden tijd
falsified
voltooid deelwoord
falsified
Voorbeelden
She falsified the narrative to align it with her own interests.
Ze vervalste het verhaal om het in lijn te brengen met haar eigen belangen.
03

vervalsen, manipuleren

to change information, a document, or evidence to deceive or mislead.
Transitive: to falsify information or evidence
Voorbeelden
The official was accused of falsifying documents to cover up the error.
De ambtenaar werd beschuldigd van het vervalsen van documenten om de fout te verbergen.

Lexicale Boom

falsifiable
falsifier
falsifying
falsify
0
App
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store