faithful
faith
ˈfeɪθ
feith
ful
fəl
fēl

Definitie en betekenis van "faithful"in het Engels

01

trouw, loyaal

staying loyal and dedicated to a certain person, idea, group, etc. 
faithful definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most faithful
vergrotende trap
more faithful
gradueerbaar
Voorbeelden
Despite the challenges, she remained a faithful friend, always ready to offer support and encouragement. 

Ondanks de uitdagingen bleef ze een trouwe vriendin, altijd klaar om steun en aanmoediging te bieden.

02

trouw, nauwkeurig

accurately representing or reproducing an original 
Voorbeelden
The translator provided a faithful version of the novel. 

De vertaler leverde een getrouwe versie van de roman.

03

trouw, loyaal

sexually loyal and not engaging in relations with anyone other than one's spouse or partner 
Voorbeelden
He has been faithful to his wife for twenty years. 

Hij is twintig jaar trouw geweest aan zijn vrouw.

01

getrouwen, aanhangers

any loyal and devoted followers or supporters of a person, cause, or organization 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
faithfuls
Voorbeelden
The singer's faithful cheered at every concert. 

De trouwe fans van de zanger juichten bij elk concert.

02

de gelovigen, de trouwen

members of a religious group who regularly attend services and adhere to its beliefs 
Voorbeelden
The faithful gathered for the morning mass. 

De gelovigen kwamen bijeen voor de ochtendmis.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store