to equip
Pronunciation
/ɪˈkwɪp/

Definitie en betekenis van "equip"in het Engels

to equip
01

uitrusten, toerusten

to provide with the tools, resources, or items necessary for a specific purpose or activity
Ditransitive: to equip sb/sth with tools or resources
to equip definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
equip
3e persoon enkelvoud
equips
onvoltooid deelwoord
equipping
onvoltooid verleden tijd
equipped
voltooid deelwoord
equipped
Voorbeelden
The outdoor adventure club aims to equip its members with appropriate gear for mountain hiking.
De outdoor avonturenclub streeft ernaar om zijn leden te voorzien van de juiste uitrusting voor bergwandelingen.
02

uitrusten, toerusten

to provide someone with the necessary knowledge, skills, tools, or resources to handle a situation or task
Ditransitive: to equip sb with skills or tools | to equip sb to do sth
Voorbeelden
The leadership seminar seeks to equip managers to lead their teams more efficiently.
Het leiderschapsseminar heeft als doel managers te uitrusten om hun teams efficiënter te leiden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store