to abet
a
ə
ē
bet
ˈbɛt
bet
debtwhetscetfret

Definitie en betekenis van "abet"in het Engels

to abet
01

aanzetten, medeplichtig zijn

to assist or encourage someone to do something, particularly in committing a wrongdoing or crime 
Transitive: to abet a crime or a criminal
to abet definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
abet
3e persoon enkelvoud
abets
onvoltooid deelwoord
abetting
onvoltooid verleden tijd
abetted
voltooid deelwoord
abetted
Voorbeelden
The gang leader was found guilty of abetting illegal drug trafficking operations. 

De bendeleider werd schuldig bevonden aan het aanzetten tot illegale drugshandeloperaties.

02

helpen, ondersteunen

to aid or assist someone in an activity 
Transitive: to abet sb in an activity
Voorbeelden
The nurse abetted the doctor in the surgery, assisting with the procedures and providing necessary support. 

De verpleegster hielp de arts tijdens de operatie, assisteerde bij de procedures en bood de nodige ondersteuning.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store