Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to entangle
01
verstrengelen, verwarren
to interweave or twist into a complex and confusing mass, making separation or unraveling difficult
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
entangle
3e persoon enkelvoud
entangles
onvoltooid deelwoord
entangling
onvoltooid verleden tijd
entangled
voltooid deelwoord
entangled
Voorbeelden
The vines grew rapidly and began to entangle, forming a dense, impenetrable thicket in the garden.
De wijnstokken groeiden snel en begonnen zich te verstrengelen, waardoor een dicht, ondoordringbaar struikgewas in de tuin ontstond.
02
verstrengelen, verwarren
to trap or ensnare something, causing it to become twisted, caught, or intertwined
Transitive: to entangle sb/sth | to entangle sb/sth in sth
Voorbeelden
The cat playfully leaped into a pile of yarn, only to become entangled in the threads.
De kat sprong speels in een hoop garen, om vervolgens in de draden verstrikt te raken.
03
verwikkelen, betrekken
to become involved in a complicated or difficult situation
Transitive: to entangle sb in a difficult situation
Voorbeelden
The detective uncovered a plot to entangle the innocent witness in a web of false accusations.
De detective ontdekte een complot om de onschuldige getuige in een web van valse beschuldigingen te verwikkelen.
Lexicale Boom
disentangle
entanglement
entangle
tangle



























