Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to enclose
01
omheinen, omsluiten
to surround a place with a fence, wall, etc.
Transitive: to enclose a place
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
enclose
3e persoon enkelvoud
encloses
onvoltooid deelwoord
enclosing
onvoltooid verleden tijd
enclosed
voltooid deelwoord
enclosed
Voorbeelden
The farmer decided to enclose the garden with a fence to protect the crops.
De boer besloot de tuin met een hek te omheinen om de gewassen te beschermen.
02
omringen, omsluiten
to surround something completely
Transitive: to enclose an area
Voorbeelden
A dense forest enclosed the cabin, isolating it from the outside world.
Een dicht bos omsloot het hutje, waardoor het geïsoleerd was van de buitenwereld.
03
insluiten, bijvoegen
to place something inside a container, such as an envelope or package
Transitive: to enclose a parcel
Voorbeelden
She enclosed the letter in an envelope and sealed it with wax.
Ze sloot de brief in een envelop en verzegelde deze met was.
Lexicale Boom
enclose
close



























