Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
plicht, taak
an obligatory task that must be done as one's job
Voorbeelden
They discussed the duties of each team member during the meeting.
Ze bespraken de plichten van elk teamlid tijdens de vergadering.
02
plicht, verantwoordelijkheid
the feeling that makes people do what society expects of them
Voorbeelden
Out of a sense of duty, he took care of his ailing neighbor.
Uit plichtsbesef zorgde hij voor zijn zieke buurman.
03
douanerechten, belasting
a government-imposed tax on imported or exported goods
Voorbeelden
Exporters are required to pay duty on all goods shipped overseas.
Exporteurs zijn verplicht rechten te betalen over alle goederen die naar het buitenland worden verscheept.
Lexicale Boom
dutiable
dutiful
duty



























