Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
imperative
01
noodzakelijk, dringend
having great importance and requiring immediate attention or action
Voorbeelden
Following safety protocols is imperative to prevent accidents in the workplace.
Het volgen van veiligheidsprotocollen is noodzakelijk om ongevallen op de werkplek te voorkomen.
02
imperatief, gebiedend
(of grammar) asserting a command or order
Voorbeelden
In the sentence " Please pass the salt, " " pass " is in the imperative mood.
In de zin "Geef alsjeblieft het zout door" staat "geef" in de imperatieve vorm.
03
imperatief, autoritair
commanding or forceful in a way that expresses authority
Voorbeelden
The teacher 's imperative voice silenced the noisy classroom.
De imperatieve stem van de leraar bracht de rumoerige klas tot stilte.
Imperative
01
imperatief, noodzaak
a crucial duty or task that is essential and requires immediate attention or action
Voorbeelden
The rescue team considered it their moral imperative to reach the stranded hikers before nightfall.
Het reddingsteam beschouwde het als hun morele imperatief om de gestrande wandelaars voor het vallen van de avond te bereiken.
Voorbeelden
The manual was full of imperatives, instructing users to " Press, " " Turn, " and " Hold. "
De handleiding stond vol met imperatieven, waarbij gebruikers werd geïnstrueerd om te "Drukken", "Draaien" en "Vasthouden".
Lexicale Boom
imperatively
imperativeness
imperative



























