Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The farmer harvested a dozen eggs from the chicken coop every morning.
De boer oogstte elke ochtend een dozijn eieren uit het kippenhok.
02
dozijn, een hoop
a large, unspecified number of something
Voorbeelden
We ’ve been to that restaurant a dozen times this year.
We zijn dit jaar een dozijn keer naar dat restaurant geweest.
01
dozijn, twaalf
showing a set of 12 things or people
dozen
01
een dozijn, twaalf
a group of twelve of the same thing



























