Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dizzily
01
duizelig, op een duizelingwekkende manier
in a way that causes a sensation of spinning or loss of balance
Voorbeelden
The tall buildings rose dizzily above the crowded streets.
De hoge gebouwen rezen duizelingwekkend op boven de drukke straten.
02
duizelingwekkend, op een verwarrende manier
in a confusing or rapid manner that overwhelms or unsettles
Voorbeelden
The economy rose and fell dizzily within a few weeks.
De economie steeg en daalde duizelingwekkend binnen een paar weken.
Voorbeelden
The plan was dizzily drawn up without much thought.
Het plan was onbezonnen opgesteld zonder veel nadenken.



























