dizzily
di
ˈdɪ
di
zzi
zi
ly
li
li
British pronunciation
/dˈɪzɪli/

Definitie en betekenis van "dizzily"in het Engels

dizzily
01

duizelig, op een duizelingwekkende manier

in a way that causes a sensation of spinning or loss of balance
dizzily definition and meaning
example
Voorbeelden
The tall buildings rose dizzily above the crowded streets.
De hoge gebouwen rezen duizelingwekkend op boven de drukke straten.
02

duizelingwekkend, op een verwarrende manier

in a confusing or rapid manner that overwhelms or unsettles
example
Voorbeelden
The economy rose and fell dizzily within a few weeks.
De economie steeg en daalde duizelingwekkend binnen een paar weken.
03

dwaas, onnozel

in a silly or frivolous way, often lacking seriousness or sense
example
Voorbeelden
The plan was dizzily drawn up without much thought.
Het plan was onbezonnen opgesteld zonder veel nadenken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store