Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to discern
01
onderscheiden, waarnemen
to understand something through thought or reasoning
Transitive: to discern sth | to discern that
Voorbeelden
After much thought, she discerned that his actions were motivated by jealousy.
Na veel nadenken besefte ze dat zijn handelingen werden ingegeven door jaloezie.
02
onderscheiden, herkennen
to distinguish between things
Transitive: to discern sth from sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
discern
3e persoon enkelvoud
discerns
onvoltooid deelwoord
discerning
onvoltooid verleden tijd
discerned
voltooid deelwoord
discerned
Voorbeelden
The judge was able to discern truth from lies in the witness's testimony.
De rechter kon de waarheid van de leugens in de getuigenverklaring onderscheiden.
03
onderscheiden, waarnemen
to notice something using sight
Transitive: to discern a shape or sight
Voorbeelden
They could barely discern the mountain peak through the heavy mist.
Ze konden de bergtop amper onderscheiden door de zware mist.
04
onderscheiden, waarnemen
to perceive something using senses other than sight
Transitive: to discern a sensory stimulus
Voorbeelden
She discerned a faint scent of roses as she entered the room.
Ze bespeurde een vage geur van rozen toen ze de kamer binnenkwam.
Lexicale Boom
discernable
discernible
discerning
discern



























