to disappoint
Pronunciation
/ˌdɪsəˈpɔɪnt/

Definitie en betekenis van "disappoint"in het Engels

to disappoint
01

teleurstellen, ontgoochelen

to fail to meet someone's expectations or hopes, causing them to feel let down or unhappy
Transitive: to disappoint sb
to disappoint definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
disappoint
3e persoon enkelvoud
disappoints
onvoltooid deelwoord
disappointing
onvoltooid verleden tijd
disappointed
voltooid deelwoord
disappointed
Voorbeelden
Getting a low grade on the test disappointed her.
Een laag cijfer halen voor de test stelde haar teleur.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store