to deprive
Pronunciation
/dɪˈpɹaɪv/

Definitie en betekenis van "deprive"in het Engels

to deprive
01

beroven, ontnemen

to prevent someone from having something, particularly something that they need
Transitive: to deprive sb of sth
to deprive definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
deprive
3e persoon enkelvoud
deprives
onvoltooid deelwoord
depriving
onvoltooid verleden tijd
deprived
voltooid deelwoord
deprived
Voorbeelden
The drought has deprived the region of sufficient water resources.
De droogte heeft de regio beroofd van voldoende waterbronnen.
02

beroven, ontnemen

to take away or remove something from someone
Transitive: to deprive sb of a possession
to deprive definition and meaning
Voorbeelden
The company ’s bankruptcy deprived its employees of their jobs.
Het faillissement van het bedrijf ontnam zijn werknemers van hun banen.
03

ontnemen, afzetten

to remove someone from their official position or authority, particularly a religious leader
Transitive: to deprive a clergyman
Voorbeelden
The king threatened to deprive the monk if he did not comply with the royal decree.
De koning dreigde de monnik te ontheffen als hij niet aan het koninklijk decreet voldeed.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store