Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to depend on
[phrase form: depend]
01
afhangen van, bepaald worden door
to be determined or affected by something else
Transitive: to depend on sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
depend
tegenwoordige tijd
depend on
3e persoon enkelvoud
depends on
onvoltooid deelwoord
depending on
onvoltooid verleden tijd
depended on
voltooid deelwoord
depended on
Voorbeelden
The performance of the stock market depends on various economic indicators and global events.
De prestaties van de aandelenmarkt hangen af van verschillende economische indicatoren en wereldwijde gebeurtenissen.
02
vertrouwen op, rekenen op
to have confidence or trust in someone or something
Transitive: to depend on sb
Voorbeelden
In challenging moments, you can depend on your true friends for emotional support.
In uitdagende momenten kun je rekenen op je echte vrienden voor emotionele steun.
03
afhankelijk zijn van, vertrouwen op
to require someone or something for support, maintenance, help, etc.
Transitive: to depend on sth
Voorbeelden
The success of the project will depend on the team's ability to work together effectively.
Het succes van het project zal afhangen van het vermogen van het team om effectief samen te werken.



























