Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Delight
01
vreugde, genot
a feeling of great pleasure or joy
Voorbeelden
They were filled with delight as they watched the fireworks light up the sky.
Ze waren vervuld van vreugde terwijl ze naar het vuurwerk keken dat de lucht verlichtte.
02
vreugde, plezier
a person or thing that brings great happiness or joy
Voorbeelden
The garden is a delight in spring.
De tuin is een verrukking in de lente.
to delight
01
verheugen, verrukken
to bring pleasure or joy to someone
Transitive: to delight sb
Voorbeelden
The colorful fireworks display delighted spectators on New Year's Eve.
De kleurrijke vuurwerkshow verheugde de toeschouwers op oudejaarsavond.
02
genieten, zich verheugen
to experience deep joy or satisfaction from something
Intransitive: to delight in sth
Voorbeelden
Children often delight in the magic of storytelling and imagination.
Kinderen genieten vaak van de magie van verhalen vertellen en verbeelding.
Lexicale Boom
delightful
delight



























