decently
de
ˈdi:
di
cent
sənt
sēnt
ly
li
li
recently

Definitie en betekenis van "decently"in het Engels

decently
01

fatsoenlijk, netjes

in a manner that acts according to moral or respectable standards 
decently definition and meaning
grammaticale informatie
Voorbeelden
He behaved decently, showing kindness to everyone he met. 

Hij gedroeg zich fatsoenlijk en toonde vriendelijkheid aan iedereen die hij ontmoette.

1.1

fatsoenlijk, toereikend

in a way that compensates or rewards fairly and adequately 
Voorbeelden
The workers demanded to be decently compensated for their overtime hours. 

De werknemers eisten behoorlijk gecompenseerd te worden voor hun overuren.

1.2

fatsoenlijk, netjes

in a way that avoids causing shock, offense, or embarrassment 
Voorbeelden
The speaker dressed decently for the formal event. 

De spreker kleedde zich netjes voor het formele evenement.

02

fatsoenlijk, behoorlijk

in a manner that meets an acceptable or comfortable standard 
Voorbeelden
They earn just enough to live decently in the city. 

Ze verdienen net genoeg om fatsoenlijk te leven in de stad.

2.1

fatsoenlijk, behoorlijk

in a way that performs fairly well but not exceptionally 
Voorbeelden
She performed decently on the exam, scoring above average. 

Ze presteerde fatsoenlijk op het examen en scoorde boven het gemiddelde.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store