decently
de
ˈdi
di
cent
sənt
sēnt
ly
li
li
British pronunciation
/dˈiːsəntli/

Definitie en betekenis van "decently"in het Engels

decently
01

fatsoenlijk, netjes

in a manner that acts according to moral or respectable standards
decently definition and meaning
example
Voorbeelden
She spoke decently, avoiding rude or offensive language.
Ze sprak fatsoenlijk, waarbij ze grof of beledigend taalgebruik vermeed.
1.1

fatsoenlijk, toereikend

in a way that compensates or rewards fairly and adequately
example
Voorbeelden
The company promised to decently reimburse travel expenses.
Het bedrijf beloofde reiskosten fatsoenlijk te vergoeden.
1.2

fatsoenlijk, netjes

in a way that avoids causing shock, offense, or embarrassment
example
Voorbeelden
He presented himself decently, avoiding any provocative gestures.
Hij presenteerde zich fatsoenlijk, waarbij hij elk provocatief gebaar vermeed.
02

fatsoenlijk, behoorlijk

in a manner that meets an acceptable or comfortable standard
example
Voorbeelden
It is difficult to save money and still live decently on a low salary.
Het is moeilijk om geld te besparen en toch fatsoenlijk te leven van een laag salaris.
2.1

fatsoenlijk, behoorlijk

in a way that performs fairly well but not exceptionally
example
Voorbeelden
He managed decently in his new job despite the steep learning curve.
Hij deed het redelijk in zijn nieuwe baan, ondanks de steile leercurve.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store