Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to dangle
01
bengelen, zwaaien
to hang or swing loosely and freely, especially from one end or point
Voorbeelden
The cat dangled its toy mouse from its mouth, inviting play.
De kat liet zijn speelgoedmuis bengelen uit zijn mond, uitnodigend om te spelen.
02
bengelen, zwaaien
cause to dangle or hang freely
03
verleiden, lokken
to persuade someone to do something by offering them something pleasant
Transitive
Lexicale Boom
dangler
dangling
dangle



























