to dangle
Pronunciation
/ˈdæŋɡəɫ/

Definitie en betekenis van "dangle"in het Engels

to dangle
01

bengelen, zwaaien

to hang or swing loosely and freely, especially from one end or point
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dangle
3e persoon enkelvoud
dangles
onvoltooid deelwoord
dangling
onvoltooid verleden tijd
dangled
voltooid deelwoord
dangled
Voorbeelden
The cat dangled its toy mouse from its mouth, inviting play.
De kat liet zijn speelgoedmuis bengelen uit zijn mond, uitnodigend om te spelen.
02

bengelen, zwaaien

cause to dangle or hang freely
03

verleiden, lokken

to persuade someone to do something by offering them something pleasant
Transitive
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store