Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to cringe
01
ineenkrimpen, terugdeinzen
to draw back involuntarily, often in response to fear, pain, embarrassment, or discomfort
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
cringe
3e persoon enkelvoud
cringes
onvoltooid deelwoord
cringing
onvoltooid verleden tijd
cringed
voltooid deelwoord
cringed
Voorbeelden
The sharp criticism from her boss made her cringe with embarrassment.
De scherpe kritiek van haar baas deed haar ineenkrimpen van schaamte.
02
ineenkrimpen, zich buigen
to exhibit a submissive or fearful reaction, often bending to authority or intimidation
Intransitive
Voorbeelden
The villagers would cringe before the oppressive ruler, fearing the consequences of defiance.
De dorpsbewoners krompen ineen voor de onderdrukkende heerser, uit angst voor de gevolgen van verzet.
Cringe
01
gênant, cringe
content, actions, or behavior that causes secondhand embarrassment or discomfort
Slang
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
meervoudsvorm
cringes
Voorbeelden
Watching him try to impress everyone was total cringe.
Hem zien proberen om iedereen te imponeren was totaal cringe.



























