Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to aid
01
helpen, ondersteunen
to help or support others in doing something
Transitive: to aid sb | to aid sb in sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
aid
3e persoon enkelvoud
aids
onvoltooid deelwoord
aiding
onvoltooid verleden tijd
aided
voltooid deelwoord
aided
Voorbeelden
The organization aids communities affected by natural disasters.
De organisatie helpt gemeenschappen die getroffen zijn door natuurrampen.
02
helpen, ondersteunen
to help something grow or succeed by giving support or encouragement
Transitive: to aid promotion or growth of something
Voorbeelden
The new policy aims to aid the growth of small businesses.
Het nieuwe beleid is gericht op het ondersteunen van de groei van kleine bedrijven.
01
hulp, bijstand
the act of contributing to fulfilling a need or advancing an effort or purpose
Voorbeelden
Volunteering is a form of aid to the community.
Vrijwilligerswerk is een vorm van hulp aan de gemeenschap.
02
hulp, steun
food or financial help sent to support a person or country
Voorbeelden
The country received financial aid from other nations to rebuild infrastructure after the war.
Het land kreeg financiële hulp van andere landen om de infrastructuur na de oorlog weer op te bouwen.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
aids
Voorbeelden
The new assistant was a tremendous aid in completing the project on time.
De nieuwe assistent was een enorme hulp bij het op tijd voltooien van het project.
04
medische hulp, zorg
the act of providing medical care or other forms of treatment
Voorbeelden
First aid saved the injured man's life.
De eerste hulp redde het leven van de gewonde man.
Lexicale Boom
aided
aid



























