Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to comport
01
overeenstemmen, harmoniëren
to be consistent with, match, or agree with something
Transitive: to comport with sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
comport
3e persoon enkelvoud
comports
onvoltooid deelwoord
comporting
onvoltooid verleden tijd
comported
voltooid deelwoord
comported
Voorbeelden
His actions do not comport with his words.
Zijn daden stemmen niet overeen met zijn woorden.
02
zich gedragen, zich houden
to act or behave in a particular way, often referring to personal manners, attitude, or bearing
Transitive: to comport oneself in a specific manner
Voorbeelden
She always comports herself with grace in public.
Ze gedraagt zich altijd met gratie in het openbaar.
Lexicale Boom
comportment
comport



























