Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to comport
01
overeenstemmen, harmoniëren
to be consistent with, match, or agree with something
Transitive: to comport with sth
Voorbeelden
Her behavior does not comport with the values of the organization.
Haar gedrag past niet bij de waarden van de organisatie.
02
zich gedragen, zich houden
to act or behave in a particular way, often referring to personal manners, attitude, or bearing
Transitive: to comport oneself in a specific manner
Voorbeelden
He tried to comport himself confidently despite being nervous.
Hij probeerde zich zelfverzekerd te gedragen ondanks dat hij nerveus was.
Lexicale Boom
comportment
comport



























